Bouwsteen: Werken aan een gemeenschappelijk doel

De samenwerking wil maximaal inzetten op de leer- en ontplooiingsmogelijkheden van elk kind. Samen start je met een brede kijk op leren en welzijn, over professionele grenzen en sectoren heen. Hierbij is een gemeenschappelijk doel vastleggen noodzakelijk. Het kleurt en bepaalt het partnerschap en ondersteunt de samenwerking tussen de onderwijs- en welzijnsactoren rond de tafel of in je contacten.

"Durf samen tijd te nemen om zo'n doel vast te leggen."

 

1. Van versnippering naar verbinding

Samenwerken kan spannend zijn of onwennig aanvoelen, zeker als partners binnen een verschillend professioneel en regelgevend kader werken. Maak in je zoektocht naar raakvlakken de verscheidenheid bespreekbaar, schat ze naar waarde en bevraag het regelgevend kader.

Het werken aan een gezamenlijk doel gaat namelijk niet alleen over het bereiken van een consensus, maar ook over het leren kennen en correct interpreteren van elkaars kijk en context.

TIP: Creëer een veilige omgeving en een open houding bij alle partijen.

Tegelijk kan hier ook de betrokkenheid van ‘boundary spanners’ of ‘grenswerkers’ cruciaal zijn. Klik hier voor meer info over dit begrip.

  • Grenswerkers beschikken over kennis, ervaring en voeling met zowel onderwijs- als welzijnscontexten of opereren op het grensgebied tussen beide, en kunnen van daaruit een wederzijds begrip faciliteren.
  • Ze gaan vanuit een expertise echt overbruggen en linken leggen met een ander (kennis)domein.
  • Ze helpen niet alleen grenzen te duiden in opdrachten, doelen en werking, maar ook open te breken.

Ze maken mee(r) zichtbaar welke gedeelde doelen ieder apart tracht te verwezenlijken, en wat samen nog meer te bereiken valt. Brugfiguren kunnen een voorbeeld zijn wanneer die zich identificeren met beide werelden, coördineren tussen actoren, reflecteren op praktijken en transformatie stimuleren.

SAAMO West-Vlaanderen nam een verbindende grenswerkers-rol op in een kuststad. Joke werkt aan het scherpkrijgen van een gemeenschappelijk doel. Het was de start van een duurzame samenwerking in de stad tussen onderwijs, lokaal bestuur en welzijnsactoren. 

 

2. Van lineair naar collectief

Werken aan een gemeenschappelijk doel vraagt dat grenzen tussen werkpraktijken niet alleen vastgesteld, maar ook onderhandeld of geherdefinieerd worden.  

Grenzen zijn niet statisch. We kunnen ze ook vormen, transformeren en oversteken. Dit betekent dat je het werken aan een gezamenlijk doel niet lineair hoeft op te vatten, in de zin van: “wij hebben ons deel gedaan, nu is het aan jullie”.  

Inspirerende praktijken laten zien dat er veel winst te halen valt wanneer men net buiten de eigen professionele lijntjes kleurt, wanneer men zoekt naar hoe schijnbare ‘extra’ taken vertaling kunnen vinden in de eigen opdracht, en naar hoe men verantwoordelijkheden meer gezamenlijk kan opnemen.  

Het gezamenlijk doel gaat voor op de taakverdeling. Complexe uitdagingen vragen om een creatieve, innovatieve en vooral ook collectieve aanpak, over (levens)domeinen heen. 

“Het grootste probleem is dat ze allemaal vertrekken vanuit eigen gedachtengoed en dat er geen gemeenschappelijke visie is.” (welzijnswerker)  

 
3. Van organisatie- naar een leefwereldperspectief
TIP: Onderwijs- en welzijnspartners kunnen samen vaak meer betekenen voor kinderen en gezinnen. Bundel jullie krachten en stel niet alleen de vraag ‘hoe’, maar ook ‘waartoe’ jullie (willen) samenwerken, en ‘wie’ daar beter van wordt.  

Vaak is er een doel vastgesteld. Denk aan het verhogen van onderwijsparticipatie, van ouderbetrokkenheid verhogen, beter toeleiden tot het bestaande welzijnsaanbod .... Hoewel dit een gemeenschappelijk doel is tussen onderwijs- en welzijnspartners, wordt de leefwereld en betekenisgeving van gezinnen/ kinderen niet noodzakelijk betrokken.  

Het belang van het leefwereldperspectief geldt in het bijzonder wanneer gezinnen zich in onzichtbare kwetsbare situaties bevinden en hun stem nauwelijks gehoord wordt.  

Stel in je samenwerking ook vragen als: Hoe ervaren gezinnen/ kinderen onderwijs of het bestaande welzijnsaanbod? Op welke (alternatieve) manieren tonen zij zich betrokken? Wat beschouwen zij als ondersteunend of betekenisvol in hun situatie?  

Durf stil te staan bij volgende ‘evidenties’: willen we wezenlijk bijdragen aan de leer- en ontplooiingsmogelijkheden van kinderen? Kennen we hun stem daarin, hoe luisteren we, wanneer en wat doet het aanbod, de samenwerking voor de gezinnen. En wat helpt hen echt vooruit?  

“Laat ons teruggaan naar die basis: er zitten daar kinderen die in armoede leven, die we momenteel nog niet bereiken... Dus echt al die laagjes daarvan gaan halen, en terug naar die kern gaan.” (zorgcoördinator) 

 
4. Van vraag naar behapbaar

Eens een doel duidelijk is, verloopt de uitwerking vaak makkelijker. Om het gemeenschappelijk doel te verhelderen, is het waardevol om de context en noodzaak zo tastbaar mogelijk in beeld te krijgen.  

Weet dat situaties veranderen, dus ook het gemeenschappelijke doel moet blijvend opgevolgd, geëvalueerd of bijgestuurd worden.  

Concreet formuleren van doelen, doe je via Het helpt om het gemeenschappelijke doel SMART te formuleren, zodat betrokkenen goed (blijven) weten waarom en waartoe precies wordt samengewerkt. 

  • Wie treedt in het samenwerkingsverband op als ‘grenswerker’, of kan daartoe aangesproken worden?
  • In hoeverre/op welk vlak worden verantwoordelijkheden eerder verdeeld, lineair of collectief opgenomen?
  • Welke grenzen zijn er? Wat wordt (bewust/onbewust) buiten de grenzen gehouden? Waar wordt naast elkaar gewerkt? Waar kunnen grenzen overschreden worden?
  • Waar kan het, vanuit het perspectief van kinderen en gezinnen, net nuttig zijn om buiten het vertrouwde werkterrein te treden, en situaties op een nieuwe, meer gedeelde manier te benaderen?
  • Op welke manier en op welk moment worden de ervaringen en betekenisverlening van gezinnen (in kwetsbare posities) mee in rekening genomen?
  • Wie heeft of krijgt geen stem in het bepalen van het doel? Wat zijn daar de risico’s, gevolgen, winsten van?
  • Waar is de stem van de kinderen, de ouders aanwezig? En wie wordt nog niet gehoord?

Probeer enkele van deze methodieken uit. Sommige methodieken hebben we zelf actief gebruikt en anderen vonden we via inspirerende voorbeelden uit het werkveld. 

  • Gemeenschappelijk doel vastleggen: maken van een schild met Gen- AI  
  • Leermechanismen bij Boundery Crossing 
  • SMART doelen formuleren
  • Beluister een gesprek tussen een ervaringsdeskundige in armoede, een leraar, een onderwijsopbouwwerker en een zorgcoördinator de podcast. Dit kan gebruikt worden om het leefwereldperspectief binnen te brengen en de verschillende, gelaagde stemmen die betrokken zijn bij onderwijs.