
Bouwsteen: Werken aan relatie
Een goede professionele relatie versterkt namelijk de samenwerking, de communicatie en de afstemming tussen welzijnsactoren en school. Hiervoor is het van groot belang dat je tijd kan en mag nemen.
Werken aan een professionele relatie vereist een constante focus op zowel de concrete casus die zich aandient als op de afstemming tussen organisaties én diverse betrokken beleidsniveaus. Dit gaat verder dan taakgericht afstemmen met de betrokken partners. Het is bewust en systematisch inzetten op relatievorming en deze vasthouden. Werken aan een goede relatie vormt als het ware de potgrond waarop de samenwerking kan groeien.
Werken aan relatie kan als doel hebben: ‘de relatie op zich’ of ‘de relatie in functie van een concrete vraag of casus’. In het eerste geval wordt een soort van route aangelegd waarop latere casussen een plek krijgen. Je investeert in ontmoeting en contacten opbouwen. In het casusgericht werken helpt de opgebouwde relatie de samenwerking in het moment zelf vooruit. Beide doelen zijn belangrijk en zullen in de dagelijkse praktijk afgewisseld worden in werkoverleg, intervisie, enz.
"Werk zowel relatie - als casusgericht. Zie de relatie als een gedeelde professionele verantwoordelijkheid".
De bouwsteen ‘relatie’ is een goed voorbeeld van versterking van alle bouwstenen. De onderlinge relaties met andere beroepsprofielen dienen versterkt te worden om het professioneel handelen te bevorderen (van Zaalen, 2023). Relatie kan het vertrekpunt zijn van een gezamenlijke route en je stuurt en cours de route bij.
1. Investeer in je professionele identiteitsontwikkeling
Geef aan wat het aanbod en de mogelijkheden zijn vanuit jouw organisatie of school: wat kan je betekenen, wat kan je intern bevragen én evengoed wat kan je niet betekenen? Formuleer dat helder en zet tegelijk ook in op mogelijkheden zien, de wil om te verkennen.
Het zien van goed en minder goed lopende relaties in casussen biedt inzichten die je op organisatieniveau kunt leggen. Zo passen organisaties zich aan bij een nieuwe casus, wordt hun werking verfijnd, enzoverder. Vanuit deze directe praktijkervaringen en -inzichten kan relatie-opbouw gefaciliteerd, maar niet uitbesteed worden aan anderen. Het zien van de nood aan een duurzame relatie-opbouw geeft inzicht om te delen met anderen binnen de eigen organisatie en zet aan tot actie op organisatieniveau: pik op en signaleer.
Door een goede professionele relatie te hebben, zie je de nood van het samenwerken en zet je een brede bril op. Je toont interesse, toont openheid voor andere perspectieven, handelt met inzicht, ook de eigen aannames te onderzoeken.
“Met inzicht handelen – niet vertrekken vanuit vanzelfsprekendheden, interesse tonen. De eigen aannames durven onderzoeken, de waarden en overtuigingen.” (directie Familieschool)
Investeer in je professionalisering vanuit je opleiding en/of beroep om op een heldere manier én vanuit je eigen functie de stap naar de gezamenlijke relatie te kunnen doen. Herbronnen of je aannames aftoetsen in een intervisie, supervisie zorgt ervoor dat werkrelaties in casusverband zuurstof krijgen en de eigen opvattingen en modellen niet gefixeerd raken (Groen, 2006)
2. Werk aan relatie binnen een concrete casus of ‘in actie’
Leer elkaar professioneel kennen: wat is het jargon en de professionele kijk van de betrokkenen in de samenwerking? Vertel aan elkaar hoe je naar een situatie kijkt, waarom en welke onderbouwde argumenten je kan aanvullen die bijdragen tot de samenwerking. Dit biedt openheid in de relatie omdat je weet hoe de ander erin staat. Wederkerig en gelijkwaardig handelen is belangrijk: elk inzicht kan een bijdrage zijn en kan afgetoetst worden onder de professionals en zeker met de betrokken ouders/kind. Wees bereid om hulp te vragen en te bieden in de vorm van advies, hulp of het delen van kennis.
Informele momenten zijn noodzakelijk, die kunnen aansluiten bij de formele ontmoetingen. Laagdrempeligheid en bereikbaarheid tussen mensen van de instanties onderling draagt bij aan de samenwerking. Op zulke momenten leren professionals elkaar beter en anders kennen, wat de interpersoonlijke relatie bevordert.
“Voor mij is dat een zuivere ladder, eerst elkaar leren kennen, interpersoonlijk en dan pas inhoudelijk. Want meestal wordt er vertrokken vanuit een inhoudelijkheid. En meestal is het jammer genoeg dat dat vaak vanuit een probleemstelling komt. […] Als wij bijvoorbeeld dingen installeren rond proactieve cirkels is dat altijd in vredestijd. Dus installeer de relatie in vredestijd dan wordt dat een automatisme, dan gaan dingen gebeuren. En anders zit je al met een wrong.” (welzijnswerker)
Evalueer en reflecteer (vertrekkende van de casus) de samenwerking en hoe de professionele relatie hier tot stand kwam. Geef aan hoe je verder kan of wil werken, koppel die inzichten ook terug naar de eigen organisatie.
3. Werk aan relatie op organisatieniveau zowel op korte als op lange termijn
Netwerk uitbouwen: je kijkt naar wie al dan niet al betrokken is in het realiseren van krachtige samenwerkingen. Je neemt de tijd om elkaar te leren kennen. Je gaat na welke extra expertise een bijdrage kan zijn in het netwerk.
Door te werken aan een goede relatie op organisatieniveau kunnen er inzichten en kennis indalen die op hun beurt bijdragen aan de ondersteuning van kinderen en gezinnen. Een organisatie kan in een netwerk die kennis binnenbrengen. Het betreft hier het erkennen van elkaars expertise en die benutten binnen het netwerk.
De zichtbaarheid van de organisatie mag niet onderschat worden in het opzetten van een professionele relatie: creëer momenten en gelegenheden voor ontmoetingen en gesprekken over vakinhoudelijke en sociale onderwerpen. Zorg ook voor regelmatige updates en deel je successen en uitdagingen met je netwerk. Zo is er zicht op de verandering binnen de interne en externe context van een organisatie.
Historische fragmentering tussen sectoren zoals regelgeving en beroepsgeheim staat het opbouwen van een relatie in een samenwerking in de weg. Transparant communiceren hierover en verduidelijken, helpen alvast om ruis in de relatie of onbegrip te vermijden.
Het expliciteren van de soort relatie toont de (mogelijke) positie van de professional. Een ‘geformaliseerde relatie’ bijvoorbeeld helpt het mandaat in samenwerkingen te vergroten. Stel dat een brugfiguur schoolgebonden werkt, dan krijgt hij/zij een mandaat op de school en in andere organisaties om zaken in gang te zetten, suggesties in te brengen of verandering teweeg te brengen.
“Men verwacht dat je overal in thuis bent, dat je een manusje van alles zijt. Maar ja, niet iemand die alleen bruggen bouwt tussen ouders en school. Maar ook tussen school en andere organisaties of tussen ouders en andere organisaties en diensten. En ik denk dan, ja, bovenal iemand die dat de tijd soms wat kan vertragen voor mensen, die een mandaat krijgen om tijd te nemen en die ondersteunend kan zijn daarin. Ik denk dat dat zowat belangrijke kernzaken zijn voor mij voor een brugfunctie”. (lokaal bestuur)
Meer voorbeelden zijn te vinden via de ASKO Familiescholen waarbinnen de relatie tussen alle betrokkenen rond het kind in onderwijs een centraal gegeven is. Alle partijen zijn samen met het kind aan zet in de vele facetten van het leven. Zowel de leerkrachten, de actoren in de vrije tijd, de buurt, de ouders, de zorg- en hulpverleners zijn zichtbaar actief op de school en maken er deel uit van het dagelijks leven. Men kiest om iedereen zichtbaar te maken en niet te werken ‘on demand’ zoals het door de projectcoördinator benoemd werd. Op die manier wordt structureel vertrouwen opgebouwd tussen alle actoren, zowel tussen de professionals onderling als met de ouders en kinderen.
- Wat is je professionele inbreng in de samenwerking en hoe zou je jouw route met de andere(n) hierin omschrijven?
- Welke inzichten uit deze tekst neem je mee voor het samenwerken met een andere professional (over sectoren heen of binnen eenzelfde sector)? Welke inzichten neem je mee wanneer je denkt aan een opstart van een samenwerking?
- Waar ben je zichtbaar en hoe pak je dat aan? Zijn de organisaties uit de samenwerking op de hoogte van je aanwezigheid? Hoe kunnen anderen bijdragen aan de zichtbaarheid van je organisatie?
- Hoe ben je omgegaan met eventuele tegenstellingen of hindernissen in het aanpakken van de casus? Hoe maakte je werk van wederkerigheid? Wat waren duidelijke momenten waarop je gelijkwaardigheid in de relatie ervaarde?
- Geef je als organisatie erkenning aan de expertise van de andere partijen? Hoe pak je dat aan?
- Waar is de stem van de kinderen, de ouders aanwezig? En wie wordt nog niet gehoord?
- Welke bouwstenen zijn er nog versterkend bij ‘een goede relatie’ om tot een verdere samenwerking te komen?
Samen aan de slag
- Wat nemen we mee voor onze samenwerking?
- Waar willen we meer op inzetten?
- Hoe doen we dit?
Verder in opbouw (klaar juni 2026).