Bouwsteen: Werken aan communicatie

Werken aan communicatie betekent op een transparante, open en toegankelijke manier communiceren. Daarbij is er aandacht en respect voor de positie, de leefwereld, de ervaring én de professionaliteit van alle betrokken partners: de school, het CLB, de brugfiguur, de welzijnspartner én het gezin.

"Werk bewust aan de voorwaarden die goede communicatie bevorderen. Zo communiceer je altijd met respect voor elkaar en met het gemeenschappelijk doel voor ogen."

 

VERBIND in je communicatie - 7 principes in één oogopslag voor samenwerking tussen onderwijs en welzijn

  • V - Verstaanbare afstemming: maak afspraken, processen en taal eenvoudig en eenduidig voor alle partners. 

  • E - Eerlijk en transparant: wees helder over taken, grenzen, verwachtingen en beslissingsbevoegdheden. 

  • R - Ritme en timing: stem de frequentie en het moment van overleg af op ieders mogelijkheden én op wat gezinnen nodig hebben. 

  • B - Betrokken houding: zie elkaar als complementaire partners. Bewaak samen de betrokkenheid richting ouders. 

  • I - In passende werkvormen: kies overlegvormen die efficiënt, veilig en doelgericht zijn. 

  • N - Nodige partners: houd overleg compact en denk wie met wie aan tafel zit met focus op het gedeelde doel. 

  • D - Diverse kanalen: zorg voor afgestemde en consistente communicatie tussen partners. Wees ook alert voor passende communicatie richting ouders. 

1. Communiceer open en transparant

In communicatie is het essentieel om onderling goed af te stemmen: vraag actief na wat de ander al weet en wat nog niet. Een veelvoorkomende valkuil is het invullen voor de ander. Daardoor ontstaan misverstanden. Maak dus expliciet welke informatie je graag wilt delen en waarom. Hiermee bereik je transparantie en wordt iedereen gelijkwaardig meegenomen in het verhaal.  

Ook over beleidsmatige of budgettaire beslissingen wordt best helder gecommuniceerd: wie krijgt wat, en waarom? Werken aan gelijke kansen betekent soms dat middelen ongelijk verdeeld worden. Zo kan je argumenteren dat extra geld best terechtkomt bij scholen en leerlingen die ze het hardst nodig hebben. Wees daarom transparant over de gemaakte keuzes en de onderliggende redenen, steeds in functie van het gemeenschappelijk doel.  

 

In communicatie komt de vraag over het delen van informatie of advies aan de andere professional: wie op welk niveau weet best wat (niet)? Wat is nodige informatie of wat is informatie die je niet zomaar wilt/kunt delen? Het gaat over het leren kennen van en omgaan met elkaars procedures rond beroepsgeheim, ambtsgeheim … Hierover vind je meer informatie bij de bouwsteen ‘werken aan afstemming en taakafbakening’.  

 

2. Communiceer verstaanbaar

Samenwerken lukt beter wanneer iedereen elkaar écht begrijpt. Dat vraagt om taal die voor alle partners duidelijk is. Vermijd jargon en check of je begrippen op dezelfde manier gebruikt -wat voor de ene vanzelfsprekend is, kan voor de andere iets heel anders betekenen. Zo kan een zorgcoördinator het evident vinden dat een brugfiguur begrijpt wat ‘brede basiszorg’ is.   

TIP: Ga niet uit van gedeeld begrip. Vraag door, parafraseer en vat samen om misverstanden te voorkomen en verbinding te versterken.
 
3. Communiceer op het gepaste moment

Goede samenwerking vraagt niet alleen duidelijkheid over wát we communiceren maar ook wanneer we dat doen. Door op het juiste moment informatie te delen, kunnen partners sneller inspelen op noden en gezamenlijk stappen zetten.

Tijdige communicatie voorkomt dat signalen verloren gaan of beslissingen te laat komen. Dat betekent soms vroeg in een proces al overleggen, ook als nog niet alles duidelijk is, zodat betrokkenen mee kunnen denken en handelen.  

 
4. Communiceer op de gepaste manier

Effectieve samenwerking vraagt om communicatie die afgestemd is op de context, het tempo en de positie van de gesprekspartner. Ken de beginsituatie en toon oprechte interesse in wat er leeft. Gebruik taal die aansluit bij de ander en zoek actief naar verbindende taal.  

Een doordachte communicatiestrategie maakt het verschil tussen bondgenootschap en spanningen. Niet elke boodschap kan of moet op elk moment gedeeld worden. Wees bewust van wat je zegt, tegen wie, wanneer en met welke intentie. Soms betekent dit stap voor stap werken: tijd nemen om vertrouwen en draagvlak op te bouwen, in plaats van te snel te veel te willen.  

 

Communicatie tussen lokale besturen en welzijns- of onderwijspartners verloopt bovendien niet altijd ruisloos. Politieke gevoeligheden kunnen maken dat boodschappen niet rechtstreeks of volledig gedeeld worden, waardoor misverstanden ontstaan over rollen en posities: kan je als bondgenoot fungeren als de primaire loyaliteit bij het bestuur ligt?  

TIP: Communiceer gericht en strategisch, zodat de juiste informatie bij de juiste personen op het juiste moment aankomt. Zo bouw je bruggen en creëer je ruimte voor duurzame samenwerking.
5. Communiceer met de geschikte persoon/personen

Effectieve samenwerking vraagt dat de juiste mensen op het juiste moment mee aan tafel zitten. Een goed samengesteld overleg voorkomt dat één partij de toon zet en andere stemmen ondergesneeuwd raken. 

Gebalanceerd overleg zorgt ervoor dat verschillende perspectieven evenwaardig aan bod komen en er gezamenlijke beslissingen kunnen worden genomen.   

 
6. Communiceer via diverse vormen

Non-verbale signalen en informele momenten spelen een cruciale rol in hoe boodschappen worden ontvangen en relaties worden opgebouwd. Behoud daartoe te allen tijde professionaliteit in de non-verbale ondersteuning van je communicatie.   

TIP: Combineer digitale, schriftelijke én fysieke communicatie. Live ontmoetingen verlagen drempels, bieden ruimte voor informele uitwisseling en non-verbale signalen, en versterken zo vertrouwen en samenwerking. 
 
7. Communiceer vanuit een betrokken houding

Effectieve communicatie gaat verder dan informeren: het vraagt een oprechte betrokkenheid bij de ander. Dit betekent openstaan voor wat er leeft, aandachtig volgen wat er gezegd wordt en actief de context begrijpen.  

We luisteren naar de ander vanuit ons referentiekader. Als we dit met verhoogde empathie doen, komen we bij ‘beluisteren’. Door te beluisteren en oprechte interesse te tonen, ontstaat begrip en vertrouwen. Dit vormt de basis voor een constructieve samenwerking, waarin iedereen zich gehoord en erkend voelt.  

“Ik leg communicatie altijd uit aan de hand van drie werkwoorden: praten, beluisteren en zwijgen. Vroeger sprak ik over ‘praten en luisteren’, maar luisteren alleen is voor mij te beperkt. Mensen zeggen vaak dat ze luisteren, maar tonen niet altijd echte interesse.” (welzijnswerker)  

“Beluisteren betekent dat je actief op zoek gaat naar wat iemand écht bedoelt en waarom iemand iets zegt of doet. Dat geldt ook in contact met gezinnen: als je echt beluistert, kan je beter begrijpen wat er achter bepaald gedrag schuilgaat — bijvoorbeeld waarom kinderen tijdelijk afwezig waren.” (brugfiguur)  

PRAKTIJKVOORBEELD: Om voorbij te gaan aan een wij-zij-verhaal in een bepaalde locatie, wilden de partners de betrokkenheid en communicatie echt anders. Ze betrokken een neutrale externe organisatie en installeerden een forum waar men vrijuit van gedachten kon wisselen, zonder consequenties voor een concreet voorstel of een agenda. Doel was: met elkaar praten zodat er verduidelijking kwam over de werking, het jargon, de mogelijkheden … Via die open communicatie zijn de partners opnieuw naar een samenwerkingsverhaal kunnen stappen.    

 

  • Op welke manier toets je af of ouders onze communicatie begrijpen en zich gehoord voelen?   

  • Ben je je bewust van jouw non-verbale signalen, zoals gezichtsuitdrukking en lichaamstaal, vooral in situaties waarin inhoudelijke communicatie moeilijk verloopt?  

  • Pas je jouw taalgebruik aan en vermijd je vakjargon wanneer je communiceert met gesprekspartners uit verschillende sectoren, zoals welzijn, onderwijs, het lokaal bestuur? En met ouders?   

  • Ben je je bewust van de gevoeligheid van een mee te delen beslissing en kies je bewust het meest passende communicatiemiddel (bijvoorbeeld een face-to-face-gesprek in plaats van een e-mail)?  

  • Waar is de stem van de kinderen, de ouders aanwezig? En wie wordt nog niet gehoord?   

  • Welke bouwstenen zijn er nog versterkend bij ‘communicatie’ om tot een verdere samenwerking te komen?  

Samen aan de slag
  1. Wat nemen we mee voor onze samenwerking?
  2. Waar willen we meer op inzetten?
  3. Hoe doen we dit?

Probeer enkele van deze methodieken uit. 

  • Poster communicatie ophangen en bekijk de items samen, bespreek ze en check ze geregeld samen af.  
  • Visualiseer jullie communicatie stappenplan. 
  • Taalverheldering – maak samen een woordenboekje.