
Bouwsteen: Werken aan betrokkenheid op verschillende niveaus
In een samenwerking bots je onvermijdelijk op drempels en hiaten. Vanuit een interprofessionele kijk ga je na wie welk mandaat heeft en iets kan betekenen, veranderen, ook op meso- en macroniveau. Dit daagt een organisatie uit om de samenwerking te zien als een deel van een continuüm: de samenwerking stoelt niet alleen op de verantwoordelijkheid van de professional(s) die aan zet is, maar verloopt in een context waar ook het meso- en macroniveau een rol spelen. De professional kan dus zeker niet alléén opereren. De verantwoordelijkheid op één niveau leggen, bevordert de samenwerking niet.
"Benoem samen op verschillende niveaus hoe je aan de slag zou willen gaan om het kind en het gezin zo goed mogelijk te ondersteunen. Of maak een droomscenario."
Professionals stellen acties uit, voelen zich vaak onmachtig omdat er ‘geen centen zijn’, ‘geen tijd is’, ‘de politiek’ niet mee wil, enz. Via het werken aan betrokkenheid op verschillende niveaus kan men de klachtenlijst zichtbaar maken, bespreken en ernaar handelen of meenemen in de dagelijkse praktijk. Je kunt dan als organisatie nagaan wat er op meso- en macroniveau kan gebeuren of noodzakelijk is zodat de professional op microniveau sterk staat in de samenwerking.
1. Werk vanuit een casus naar collectieve leerprocessen
Samenwerken betekent dat welzijnswerkers, leraren, zorgcoördinatoren en mensen met een brugfunctie ook denken aan acties op beleidsniveau die individuele casussen overstijgen. Door zo’n acties krijgt zowel de samenwerking als zelfs de individuele casus op termijn zuurstof. De eigen werking wordt beschermd en ontlast zonder zich in de casus op te sluiten.
Interprofessionele casuïstiek organiseren helpt om vanuit de verhalen te kijken naar gemeenschappelijkheden en mogelijkheden, knelpunten en hiaten. Samen worden verantwoordelijkheden gezien. Voor directies, beleidsmakers en coördinatoren die vaak op mesoniveau werken, is het evengoed een noodzaak om stil te staan bij de casussen die in de organisatie aan bod komen. Vanuit hun helikopterzicht zijn ze in de mogelijkheid om na te gaan hoe en met wie samenwerkingen mogelijk zijn. De sociale kaart is hier het vertrekpunt van de relevante organisaties.
Actief en doelgericht inzetten op overlegfora die netoverschrijdend samengesteld zijn binnen een afgebakende regio, helpt om te werken aan betrokkenheid, ook op macroniveau. Sowieso moet er een constante doorstroom van informatie zijn van casus- naar macroniveau en omgekeerd zodat politiek en beleid een blijvende voeling met de realiteit hebben.
Het politiek klimaat stelt uitdagingen aan de samenwerking, de mogelijkheden en beperkingen binnen een (boven)lokale context. Wanneer overheden andere prioriteiten stellen en niet langer materiële, logistieke of financiële ondersteuning bieden, dan zet dat bestaande of mogelijke samenwerkingen onder druk.
2. Werken aan het verduidelijken van netwerking
Werken aan betrokkenheid op verschillende niveaus betekent zowel het creëren van een intern als een extern netwerk (De Vries, 2022). Tegelijk is het belangrijk te waken over zogenaamde netwerkeuforie: een netwerk is geen doel op zich. Het is niet omdat professionals rond de tafel zitten dat kinderen of gezinnen er automatisch beter van worden. Wanneer je samenwerking te sterk vanuit een organisatorisch perspectief (wie doet wat) benadert, dreig je de essentie uit het oog te verliezen.
De netwerkaanpak zet je in om antwoorden te vinden op complexe en (kennis)intensieve vraagstukken. Zeker als een organisatie die niet of slechts moeizaam zelf kan aanpakken. Het vraagt van elke partij in actie om werk te maken van de meerwaarde die de samenwerking opbrengt (De Smet, 2019). De meerwaarde dient naar de kinderen en gezinnen in kwetsbare leefsituaties te gaan. Binnen het netwerk (de samenwerking) kan men een efficiëntiegroei zien door expertisedeling, concrete en aangepaste begeleiding van kinderen en gezinnen, en het onderbouwen van de werking.
Maak binnen het externe netwerk het waarom, het doel van het netwerk expliciet en zichtbaar. Check op regelmatige basis de werking en ga na hoe duurzaam men het netwerk ziet. Een netwerk hoeft niet steeds te leiden tot een formeel en duurzaam forum. Zo’n netwerk kan in functie van een actie in de tijd uitgezet worden en kortstondig zijn. Een projectmatige aanpak kan werken met positieve, kleine quick-wins die een directe meerwaarde tonen en op die manier de betrokkenheid stimuleren.
Toets projecten, acties en gedragingen af aan de visie (ook tussentijds). Doe dit systematisch. Denk hierbij aan de principes van het handelingsgericht werken.
Samenwerkingsverbanden opzetten zoals een convenant, een actieplan of een overeenkomst zijn formele manieren om de betrokkenheid en verantwoordelijkheid op verschillende niveaus in kaart te brengen en een soort van ‘tastbaarheid’ aan het geheel toe te voegen.
Betrokkenheid in het interne netwerk creëren, vertrekt van autonomie-ondersteunend leidinggeven (meer informatie). Daardoor krijgt de persoon in actie het mandaat om een extern netwerk verder uit te bouwen, te exploreren, partners aan te spreken om samen te werken. Hij/zij wordt daarin geprofessionaliseerd.
Evengoed krijgt de medewerker van de eigen organisatie de mogelijkheid om inzichten uit de samenwerking intern te delen. De medewerker kan indien nodig of gewenst beleidssuggesties doen en acties formuleren ter bevordering van het leren van kinderen en ondersteuning van gezinnen.
3. Werk aan politiserend handelen vanuit samenwerkingen
Politiserend werken is een begrip uit het sociaal werk. Het wijst op het belang om individuele problemen met structurele en maatschappelijke oorzaken te verbinden en deze zichtbaar te maken, om zo verandering of beweging teweeg te brengen. Het vraagt van de verschillende partners om referentiekaders open te breken. Politiserend werken is meer dan een signaalfunctie opnemen, het is gericht op grondrechten en sociale rechtvaardigheid.
Een intern en extern netwerk kunnen tendensen en problematieken in kaart brengen en gaan er zelf mee aan de slag. Politiserend werken betekent dan: jezelf zien als deel van het systeem, werken aan voorlichting en preventie, beleidssignalering, enz. Dit maakt essentieel deel uit van de samenwerking tussen onderwijs en welzijn en zal deze toekomstperspectief geven. Op dergelijke fora kan dit enerzijds de betrokkenheid op verschillende niveaus blijvend stimuleren. Anderzijds dragen de fora mogelijks een gedragen signaal of actie uit waardoor nieuwe acties op andere niveaus ontstaan.
Ook beslissingen en condities op hogere beleidsniveaus blijven cruciaal (Andreotti, 2012) maar zijn dikwijls versnipperd en zorgen daardoor voor verlies aan kracht en middelen, wat vooral voelbaar is op de concrete werkvloer. Die (politieke) bewegingen creëren een verlammende context en politiek én zorgen tegelijk voor hoopvolle context van burgerbewegingen en -initiatieven die mee de school en kinderen in kwetsbare leefsituaties ondersteunen.
"Werken op individueel niveau lukt en is tastbaar, maar we zijn zoekend naar hoe we meer luis in de pels kunnen zijn zowel naar onderwijs als welzijn toe.” (brugfiguur)
"We waren zodanig bezig met expertise delen en versterken, dat de klemtoon op signalen opvangen en doorgeven verminderd was.” (welzijnswerker)
4. Inspiraties
Dromen over toekomstnoden & brugfiguren: multidisciplinair team (Joke Deconinck, SAAMO)
Werking SAAMO West-Vlaanderen.
Bouwen aan een WIJ-verhaal in Blankenberge
In Blankenberge besloot men om naar aanleiding van verschillende welzijnsnoden op school en de invoering van en project van Lokale Bondgenotennetwerken een ‘dialoogeiland’ te organiseren. Daarop zijn de welzijnsactoren van het lokaal bestuur en de directies aanwezig om gericht en gezamenlijk aan de slag te gaan in het ondersteunen van gelijke kansen van alle kinderen op school. De rol van de brugfiguur, net als die van zorgcoördinatoren, worden binnen het platform besproken.
- Wat is de context waarin de samenwerking zich begeeft? Kan je de micro-meso-macroniveaus onderscheiden en er een netwerkkaart van maken?
- Wie is wie aan tafel en waarom is men op een overlegforum aanwezig?
- Ontbreekt er iemand of een organisatie en waarom? Wat zou de ontbrekende persoon of organisatie kunnen brengen dat bijdraagt aan de doelstelling van het netwerk?
- Op welke manier werken we aan signalen? Geef aan over welke signalen het gaat. Hoe brengen jullie die samen?
- Zijn er formele contacten en vragen tussen de diverse niveaus vanuit de samenwerking? En wie is daartoe gemandateerd? Hoe gebeurt terugkoppeling? Worden de andere niveaus uitgenodigd voor wederzijdse afstemming?
- Op welke beleidsniveaus zijn er momenteel samenwerkingen?
- Hoe worden de uitdagingen naar voor gebracht? Is er aandacht voor intervisie op casusniveau? Op welke manier worden concrete casussen besproken? Is er daarbij een link naar het beleidsniveau?
- Hebben de mensen in het netwerk een mandaat vanuit de organisatie? Hoe is er daarvoor gezorgd en hoe ervaart de persoon dit mandaat? Wat is er nodig om dat mandaat wél te krijgen (als ze er niet is)?
- Welke professionaliseringsinitiatieven neemt het netwerk (zowel intern als extern) opdat men kwalitatief en met impact aan het samenwerken is?
- Hoe slagen we erin om, in onze netwerken, de noden en leefwereld van kinderen en gezinnen écht centraal te houden, in plaats van ons enkel te focussen op organisatorische afspraken en structuren?
- Is de stem van de kinderen, de ouders aanwezig? Hoe organiseert men dat? Hoe gaat men na dat de stem van de personen waarover de samenwerking gaat, mee opgenomen is?
- Bestaat er ook een informeel netwerk met de verschillende niveaus? Wat is er nodig om af en toe ruimte en tijd te maken voor informeel overleg of informele momenten in formele structuren?
Samen aan de slag
- Wat nemen we mee voor onze samenwerking?
- Waar willen we meer op inzetten?
- Hoe doen we dit?
Methodieken
Probeer enkele van deze methodieken uit. Sommige methodieken hebben we zelf actief gebruikt en anderen vonden we via inspirerende voorbeelden uit het werkveld.
- Droomscenario binnen interprofessionele dialoogtafels
- Circle of Interest, filmpje (Engelstalig) → vb. navragen bij Eva
- Cross-sector partnership (voorbeeld in Antwerpen, sport)
- Intensieve trajecten: Shadowing of switchen (voorbeeld uit het jeugdwerk) en Hackaton (voorbeeld draaiboek opgemaakt door Bataljon)

