Facebook Pixel Samenwerking tussen goede doelen en profitsector is geen duivels huwelijk, beste PANO - Hogeschool Gent
Samenwerking tussen goede doelen en profitsector is geen duivels huwelijk, beste PANO

In de PANO-reportage van deze week infiltreerde een reporter in de wereld van de fondsenwervingsbureaus. De sfeerschepping was ongezien, vond collega Joke Persyn, die aan HOGENT al jaren onderzoek doet rond fondsenwerving. Met een dergelijke tendentieuze berichtgeving wordt de volledige sector van goede doelen onderuit gehaald, vindt ze. Ze diende in onderstaand opiniestuk de programmamakers van antwoord.

U kent ze wel, die jonge wereldverbeteraars die aanbellen net als de soep op het vuur staat, met een uitleg waar u geen speld tussen krijgt tot u de portefeuille bovenhaalt of tot u er zich met een uitvlucht van afmaakt. Nobele vrijwilligers die in weer en wind naar buiten komen om meestal het deksel op de neus te krijgen, dacht u. Maar wat blijkt? Grote ngo’s huren daarvoor gewoon professionals in. En dat is volgens PANO een duivels huwelijk tussen een zachte sector en de op winst beluste profitsector! Commerciële bezoedeling van  goede doelen! Spilzucht met mijn geld! Enzovoort enzoverder.

Maar is dat wel zo? Zijn goede doelen die samenwerken met profitbedrijven per definitie verkeerd bezig? Ik geloof het niet. Waarom zou een goed doel niet op een efficiënte manier geld mogen inzamelen? Als dat meer geld in het laatje brengt, komt dat uiteindelijk toch het goede doel ten goede? Dat deze bureaus vooral met geld, targets en optimalisatie bezig zijn, is niet abnormaal. Het is tenslotte hun job.

Maar de journalisten van PANO vinden dat dus niet kunnen. Fondsenwervingsbedrijven worden neergezet als geldwolven in een rotte sector van goede doelen. Zo met geld en cijfertjes bezig zijn is not done in de liefdadigheidssector. Die mogen alleen bezig zijn met hongerige kindjes en uitstervende leeuwenwelpjes.

Wanneer een kledingzaak oude kleren inzamelt voor een organisatie die kinderen in armoede helpt, krijgen we die gewetenskramp al veel minder. En toch doet ook die kledingzaak dat onder andere om via de mensen die oude kleren binnenbrengen de verkoop in de winkel op te krikken. En daar is niets fout mee. Waarom worden ngo’s die op een soortgelijke manier samenwerken met verkopers dan anders gepercipieerd?

Sociale ondernemingen

Volgens PANO moet er blijkbaar een strikte scheiding bestaan tussen de marketingwereld en goede doelen. Daarmee gaat PANO vlotjes voorbij aan het feit dat er de jongste jaren juist steeds meer bruggen worden gebouwd tussen beide sectoren.  Denk maar aan de gestage groei van het aantal sociale ondernemingen, organisaties die aan een maatschappelijke uitdaging of een sociale behoefte werken, maar dan wel op een ondernemende, marktgerichte wijze. Dus door eigen inkomsten te genereren en zo minstens zelfvoorzienend te zijn. Met andere woorden: door in te zetten op een maatschappelijk doel, wordt de onderneming er zelf ook beter van. Interessante voorbeelden zijn Streetwize/Mobile School en NNOF.

De toename van en interesse in non-profitmarketing toont net aan dat de tijd rijp is om meer van elkaar te leren en dichter naar elkaar toe te groeien in plaats van de scheiding harder te maken. En natuurlijk zijn er groeipijnen. In profitmarketing zou ik verkopers ook niet aanraden om betere verkoopcijfers te halen door klanten iets wijs te maken, maar in de non-profit is daardoor meteen je geloofwaardigheid zoek. Door zo een voorbeeld dan maar meteen als representatief voor de hele sector neer te zetten, geeft PANO een vertekend beeld.

Organisaties hebben hun inkomsten en dus ook de juiste marketing broodnodig om te kunnen overleven in een wereld waar structurele steun vanuit de overheid moeilijker wordt. Dankzij fondsenwervingsbureaus halen sommige ngo’s volgens Geert Robberechts van de Vereniging voor Ethiek in de Fondsenwerving een rendement van tien euro voor elke geïnvesteerde euro en is die investering dus een doordachte zet.

En laten we niet vergeten dat werken met vrijwilligers ook geld en tijd kost. Bovendien is een gedreven vrijwilliger een zeer schaars goed geworden. En als een niet-vrijwilliger dan meer opbrengt, is het dan niet oké om met de profitsector in zee te gaan? Volgens mij is het antwoord op die vraag volmondig ja, zolang we die marketing authentiek en eerlijk kunnen houden. Want natuurlijk is ethiek en transparantie belangrijk en kan er nog heel wat verbeterd worden aan de opleiding van mensen die verkopen binnen de non-profitmarketing. Dat is precies een van de elementen waar HOGENT mee bezig is.

Met zijn tendentieuze reportage haalt PANO de volledige sector van goede doelen onderuit. Zeker in de wetenschap dat amper 5 procent van de goede doelen uit ons onderzoek aangeven straatwerving te gebruiken. Misschien moeten de reporters van PANO zich dezelfde vraag stellen die donateurs en goede doelen volgens hen moeten stellen: ‘Wie wordt hier beter van?’

Joke Persyn, onderzoeker fondsenwerving HOGENT