Facebook Pixel Het semester dat onderwijs anders werd: een evaluatie - Hogeschool Gent

De coronacrisis dwong het hoger onderwijs vorig semester om zeer snel en zeer drastisch de onderwijsorganisatie om te gooien. Die omslag naar digitaal onderwijs was een huzarenstukje, maar HOGENT heeft dat tweede semester van vorig academiejaar behoorlijk goed doorstaan, al waren er onvermijdelijk werkpunten. Dat blijkt uit het evaluatierapport dat  gecoördineerd werd door de dienst Onderwijsontwikkeling en tot stand kwam door de inspanningen van heel wat lesgevers, collega’s van diverse diensten, en studenten.

Studierendement

Goed nieuws is alvast dat de drastische reorganisatie van het onderwijs wegens corona geen negatieve impact heeft gehad op het studierendement, wel integendeel. Tijdens de tweede examenperiode behaalden de generatiestudenten (professionele bachelors, zonder KASK & Conservatorium) 59.52 procent van de credits. Een jaar eerder was dat 53.25 procent. De resultaten voor de niet-generatiestudenten liggen in dezelfde lijn. Zo behaalden de eerstejaars niet-generatiestudenten 58.06 procent van de credits in de tweede examenperiode van academiejaar 18-19, terwijl dit percentage vorig academiejaar voor dezelfde examenperiode 66.27 procent bedroeg. Wel zijn er opmerkelijke verschillen tussen de departementen merkbaar. 

Het aantal behaalde credits zegt natuurlijk niets over de studiebeleving. Vooral de eerstejaars toonden een lagere tevredenheid door de coronamaatregelen en het gebrek aan ‘campusbeleving’. De goede slaagcijfers zijn ook niet noodzakelijk een indicatie dat de studenten – en de lectoren -  zich het digitale onderwijs zonder enige moeite eigen hebben gemaakt. Het verhaal is genuanceerder dan dat, zo blijkt uit de evaluatie. We belichten hieronder enkele opmerkelijke bevindingen.

 

 

Studenten hebben hebben nood aan structuur. Zo waren velen ervoor gewonnen om het bestaande (offline) lessenrooster te behouden voor de digitale lessen.

IT

Een zeer praktische positieve vaststelling is alvast dat er, ondanks de onmiddellijke en vrijwel totale omschakeling naar digitaal onderwijs half maart, zeer weinig problemen zijn gemeld met de technische tools. De wijze waarop op eventuele technische problemen werd geanticipeerd, o.m. via een ‘panic card’ voor lesgevers en studenten en het voorzien in IT-ondersteuning indien nodig, kon eveneens op waardering rekenen. Tegelijkertijd kon de weg naar deze ondersteuning duidelijker en de informatie gestroomlijnder.

Nood aan structuur

Een van de elementen die in het rapport nadrukkelijk op de voorgrond komen, is dat de studenten ook bij digitaal onderwijs een grote nood hebben aan structuur. Zo waren heel wat studenten ervoor gewonnen om het bestaande (offline) lessenrooster te behouden voor de digitale lessen. Zowel synchrone online lessen (live-streaming) als asynchrone sessies werden als positief ervaren, zolang er ook een mogelijkheid werd ingebouwd om vragen te stellen en/of een gesprek aan te gaan.

Het belang van begeleiding en bereikbaarheid komt in de evaluatie dan ook sterk naar voren. Daarbij gaat het zowel over formele contactmomenten – bv. een vast wekelijks contactmoment – als over informeel contact: studenten willen het gevoel krijgen dat lesgevers echt naar hen luisteren en vlot aanspreekbaar zijn. De lesgevers deelden de ervaring dat bereikbaarheid essentieel was in functie van het welbevinden en de motivatie van de studenten.

Vage grens

In dat verband zien zowel de studenten als de lesgevers het platform Teams als een laagdrempelig medium, waar op efficiënte manier vragenuurtjes en begeleidingsmomenten kunnen worden georganiseerd.

Tegelijkertijd heeft die laagdrempeligheid van Teams een keerzijde: onderwijsgevenden zijn bijna permanent bereikbaar, waardoor de grens tussen werk en privé vervaagt. Een meer strikte afbakening op dat vlak is dan ook meer dan wenselijk.

“En dan gaat het niet alleen over het feit dat lesgevers te allen tijde bereikbaar zijn. Studenten komen via de onlinelessen ook bijna letterlijk binnen in de privé-leefomgeving van de lesgever”, zegt Robin Stevens,  diensthoofd Onderwijsontwikkeling. “Dat kunnen we een stuk opvangen door lessen op te nemen of te livestreamen in leslokalen. We beschikken intussen over voldoende opnamemateriaal om dat mogelijk te maken. Dat is zeker een grote stap vooruit.”

"Studenten komen via de onlinelessen bijna letterlijk binnen in de privé-leefomgeving van de lesgever"

Robin Stevens, diensthoofd Onderwijsontwikkeling

Tools

Ook voor andere aspecten van online onderwijs is een soort gedragscode aangewezen, met bijvoorbeeld richtlijnen over in- en uitschakelen van camera en microfoon, maximale duur onlinelessen, lesvoorbereiding, e.d.

Want dat online onderwijs anders is dan fysiek onderwijs op de campus, is zowel voor de studenten als de lesgevers zonneklaar. Met andere woorden: als hetzelfde lesmateriaal zonder enige aanpassing online wordt gepresenteerd, werkt het niet. Lesmateriaal moet kort en krachtig zijn, en duidelijk gestructureerd. Dat kan als algemene regel gelden, maar komt nog veel sterker uit de verf als het online onderwijs betreft.

Hoe dan ook toonden de studenten zich positief over het gebruik van de Panopto-tool en over ingesproken powerpoints, althans zolang er niet te veel verschillende kanalen gebruikt werden en er geen overload aan tools was.

Wat die tools betreft, blijkt Teams, zoals hierboven al gemeld, vooral goed te scoren als platform voor live interactiviteit, feedbackmogelijkheden en mondelinge examens. Panopto scoort het best voor lesopnames en live-lessen en Curios is zeer geschikt voor multiple choice examens in grote groepen.

Hoewel de lesgevers positief zijn over de snelle ontsluiting van ondersteunend materiaal over werken met dergelijke tools op de interne HOGENT-kanalen, blijft de vraag naar advies en vorming rond instrumenten voor online onderwijs groot. Daarbij is er behoefte aan meer gestructureerde professionaliseringstrajecten met leerpaden en online lessen.

Lesgevers zijn daarnaast vragende partij om op een efficiënte manier good practices te delen en met andere lesgevers onderling ervaringen uit te wisselen.

Examens

Over het algemeen gaven studenten aan dat zowel de fysieke examens op Flanders Expo als de online examens goed zijn verlopen. Dat ze deze tweede examenperiode niettemin als extra stresserend hebben ervaren, hoeft niet te verbazen: zorgen over praktische en technische zaken – bv. Wat als internet uitvalt? – het feit dat het examen wordt opgenomen en/of gefilmd, onrust over het precieze verloop van zo’n digitaal examen, enz. Hier konden testmomenten en proefexamens rust brengen. Een eenduidige aanpak binnen de opleiding en zeker binnen een olod droeg daar ook toe bij, evenals afstemming tussen lectoren over uniformiteit en consistentie in evaluatievormen.

Daarnaast werd de gebruikte beveiligingstool weinig positief onthaald, onder meer omdat die veel administratieve overhead creëert en er tijdens elk examen behoefte is aan technische bijstand. Bovendien blijkt de tool als surveillancesoftware niet zo efficiënt. De kans om er fraude mee te ontdekken of uit te sluiten is veeleer beperkt. Een evaluatie van het proctoringsysteem drong zich dan ook op en is op dit ogenblik bezig.

Versplinterde communicatie

Een van de meest heikele punten bleek de communicatiestroom te zijn. Zowel de studenten als de lesgevers hekelden de versplinterde en als chaotisch ervaren communicatie, die via verschillende kanalen en vanuit uiteenlopende instanties op hen af kwam. Dat veroorzaakte bijkomende stress.

Er is dan ook nood aan afstemming tussen de verschillende communicatieniveaus (HOGENT-breed, op opleidingsniveau of olod-niveau) en aan een duidelijk afsprakenkader.

Daarnaast vragen lesgevers bijna maatwerk op communicatievlak: persoonlijke contacten en aanspreekpunten hebben ontegensprekelijk een positieve impact. Een persoonlijker communicatie, bijvoorbeeld met een vast aanspreekpunt, zonder tussenpersonen, is bijgevolg een sterke aanbeveling. Ook de snelheid waarmee bepaalde informatie ter beschikking werd gesteld, werd door sommige lesgevers als een pijnpunt ervaren. De informatie liet soms op zich wachten op het moment dat daar nood aan was. Daar staat tegenover dat ook aangegeven wordt dat de actualisatie van de FAQ’s moeilijk op te volgen was, wat ten dele contradictorisch lijkt met het voorgaande.

Maar dat de communicatiestromen en –middelen moeten worden bijgestuurd, mag duidelijk zijn. De oefening om die overzichtelijker en efficiënter te laten verlopen, is volop aan de gang.